10 juni 2014

Jac 5:1-6 Leer te geven

Jacobus 5, Hillie Snoeijer, Leef je geloof











Er gebeurt veel onrecht in deze wereld.
Dat gebeurde vroeger, maar ook nu.
Er is niets nieuws onder de zon.

Jacobus zag hoe rijke mensen zich onchristelijk gedroegen.
Ze maakten misbruik van hun positie
en hielden al hun bezittingen voor zichzelf.
Ze lieten als landeigenaar een arbeider voor zich werken
maar aan het eind van de dag betaalden ze hem niet uit.
De arbeider was niet in staat om zich te verdedigen
en zo ging hij naar huis zonder geld.
En dat betekende voor zijn gezin geen eten.
Terwijl de landeigenaar zijn buik rond at en nog overhield ook.
Het gehuil en geschreeuw over dit onrecht bereikt God in de hemel.

Wanneer God je veel geeft, wil Hij dat je ervan deelt.
Wie rijk is moet delen, niet oppotten.
Je hebt zoveel kleren en je gebruikt ze niet eens eens.
Mot vreet het aan.
Als je dingen hebt die je niet eens gebruikt,
heb dan het hart van Jezus: deel met anderen.
Wees gul, wees een gever.

Maar geven gaat ons vaak niet gemakkelijk af.
We hebben het nodig om te leren geven.
Leren geven begint in ons denken.
We moeten gaan leren denken als een rentmeester,
in plaats van te denken dat wij eigenaar zijn.

Iemand die denkt als een eigenaar
gaat uit van de volgende veronderstellingen:
1. Ik ben geen eigendom van God, maar van mezelf
2. Niets van mijn bezit is van God, het is van mij.
3. Ik verdien wat ik heb, ik heb er voor gewerkt.
4. Ik ben alleen verantwoording schuldig aan mezelf, niet aan God.

Iemand die denkt als een rentmeester en dienaar
gaat uit van de volgende veronderstellingen:
1. Ik ben eigendom van God, gekocht door Jezus bloed.
2. Alles wat ik heb, is van Hem.
3. Alles wat ik heb is een geschenk.
4. Ik ben een dienaar en rentmeester van de Heer.
    Hij bepaalt wat er met Zijn eigendommen gebeurt, niet ik.

Denken als een eigenaar maakt het moeilijk om te geven.
Denken als een rentmeester en dienaar leert je om te geven.
God is een God die gul en overvloedig geeft.
En daarom wil Hij dat ook wij mensen zijn die gul geven.
Hij geeft ons, zodat wij daarvan kunnen delen en geven aan anderen.
Het is goed om te geven.
Geven transformeert ons leven.
Door te geven gaan we lijken op God.
Hij is immers de God die geeft.
Geef en wees zo een zegen.
Geef niet om een zegen te krijgen, maar geef om een zegen te zijn.
Dat is Gods hart, laat jouw hart ook zo zijn.
Als je wel hebt en niet geeft,
wat een verspilde kansen zijn dat om vreugde te beleven.
Want het is beter te geven dan te ontvangen.

Als afronding bij deze een aantal vragen.
Vragen die je willen stimuleren om een gever te zijn.
- Ben jij in je denken een eigenaar of een rentmeester?
- Welke mogelijkheden geeft God jou om meer als Hem te zijn?
- Hoe kun jij je geld, bezit, tijd en energie gebruiken om anderen te helpen?
- Hoe ziet goed rentmeesterschap er voor jou uit?

Het is goed om te geven, want dan lijk je op God.
Heb het hart van een dienaar, wees gul en deel wat je hebt.
Gezegend ben je, wanneer je anderen tot zegen bent.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen