28 januari 2014

Gezegend zij die zien en horen!


















Jezus maakte in zijn onderwijs veelvuldig gebruik van gelijkenissen.
Hij vertelde kleine verhalen en gebruikte diverse voorbeelden,
om mensen allerlei dingen te leren over het Koninkrijk van God.
Met heel alledaagse voorbeelden
illustreerde Hij de principes van Gods Koninkrijk.
Jezus sloot met zijn beelden en gelijkenissen aan
bij de belevingswereld van de mensen.
Zo konden ze de geheimen van Gods Koninkrijk ontdekken.

Voor wie op zoek gaat naar de betekenis van de gelijkenissen
zal duidelijk worden wat Jezus bedoelde.
Maar voor degenen die die moeite niet wilden en willen nemen,
bleef en blijft de betekenis van een gelijkenis onduidelijk.
Zij zullen niet zien en begrijpen waar het over gaat.

Wanneer de discipelen Jezus vragen waarom Hij in gelijkenissen spreekt,
dan antwoordt Hij dat het sommigen gegeven is
de geheimen van het Koninkrijk van de hemel te kennen,
terwijl dit anderen niet gegeven is.
Voor deze laatsten geldt dat ze ziende blind en horende doof zijn.
Zij zullen het niet begrijpen en geen inzicht hebben
in de geheimen van Gods Koninkrijk.
Maar gelukkig zijn de ogen van hen die zien,
en de oren van hen die horen. (Mattheus 13:10-17)
Gezegend ben je wanneer je de principes van Gods Koninkrijk ziet,
en daarnaar gaat handelen en leven.

Gelijkenissen richten zich op je hart.
Ze doen een beroep op je en plaatsen je voor een keuze.
Gaat je hart ernaar uit om het goede te doen?
Of erger je je omdat de gelijkenis je een spiegel voorhoudt,
die laat zien dat je eerder geneigd bent
het slechte te doen dan het goede?
Gelijkenissen maken zichtbaar wat er in je hart leeft,
ze maken de overleggingen van je hart openbaar.
En dat is precies wat Jezus wilde bereiken bij zijn toehoorders.
Wat leeft er in jouw hart?


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen